top of page
Search

AOS 7.6

Writer: Marco Tubben
Marco Tubben
Sep 18
6 min read


Nutanix AOS 7.6 – meer schaalbaarheid, security en eenvoud


Met de release van Nutanix AOS 7.6 zet Nutanix opnieuw een flinke stap in de ontwikkeling van zijn HCI-platform. Waar nieuwe releases vroeger vooral draaiden om extra functionaliteit en performance, ligt bij AOS 7.6 de nadruk duidelijk op drie thema's:


Schaalbaarheid, security en vereenvoudiging van beheer.


AOS 7.6 brengt daarnaast belangrijke veranderingen op het gebied van externe storage, disaster recovery, fault tolerance en beveiliging. Ook de integratie met Prism Central wordt steeds belangrijker. Veel van de nieuwe mogelijkheden zijn dan ook ontworpen om niet alleen één cluster, maar complete Nutanix-omgevingen centraal te beheren.


In deze blog kijken we naar de belangrijkste veranderingen.


Meer storagecapaciteit per node


Een van de meest in het oog springende wijzigingen in AOS 7.6 is de verhoging van de maximale storagecapaciteit.

All-flash NVMe-configuraties kunnen nu worden opgeschaald tot 307 TB per node. Voor hybrid nodes wordt de maximale capaciteit verhoogd naar 270 TB per node.

Daarnaast ondersteunt Nutanix in high-density systemen maximaal 40 EDSFF NVMe-drives per node.

Dit maakt AOS 7.6 interessant voor omgevingen waarin de hoeveelheid data snel groeit, maar waarbij men het aantal nodes zo beperkt mogelijk wil houden.

De hogere dichtheid kan bovendien interessant zijn voor workloads waarbij veel storagecapaciteit gecombineerd moet worden met hoge I/O-prestaties.


Nieuwe fault-tolerance optie: 1 Node / 2 Disk


Een belangrijke nieuwe mogelijkheid is de introductie van 1 Node / 2 Disk fault tolerance, oftewel 1N/2D.

Hiermee biedt Nutanix een extra keuze tussen capaciteit en beschikbaarheid.

Naast de bestaande mogelijkheden wordt ook 1N/1D fault tolerance verder uitgebreid voor grotere clusters. Daarmee kunnen organisaties een configuratie kiezen die beter aansluit bij de gewenste balans tussen:


  • beschikbare capaciteit;

  • storage-overhead;

  • bescherming tegen disk failures;

  • gewenste resiliency.


Vooral in storage-dense configuraties kan dit interessant zijn. De keuze voor een fault-tolerance niveau wordt daarmee steeds meer een ontwerpbeslissing in plaats van een vaste eigenschap van de clusterconfiguratie.


Een 2-node cluster uitbreiden naar 3 nodes


Ook voor kleinere Nutanix-omgevingen is er goed nieuws.


AOS 7.6 maakt het eenvoudiger om een 2-node AHV-cluster uit te breiden naar drie nodes.

Dit is interessant voor organisaties die klein beginnen, bijvoorbeeld met een ROBO-, edge- of kleinere datacenteromgeving, maar later behoefte krijgen aan extra capaciteit of resiliency.

De uitbreiding is bovendien geïntegreerd in de beheerervaring van Nutanix, waardoor hiervoor minder handmatige stappen nodig zijn.



Security krijgt een nog prominentere rol


Een van de belangrijkste veranderingen in AOS 7.6 is de manier waarop security wordt beheerd.

Nutanix introduceert hiervoor Security Profiles.

In plaats van tientallen afzonderlijke security-instellingen handmatig te configureren, kan een beheerder een vooraf gedefinieerd securityprofiel toepassen.

Het idee daarachter is eenvoudig:


Security hardening moet voorspelbaar en reproduceerbaar worden.


Dit is met name interessant voor organisaties die werken met security baselines, compliance-eisen of hardened infrastructuur.

Nutanix geeft daarbij aan dat niet alle instellingen automatisch door een Security Profile worden ingesteld. Instellingen waarvoor omgevingsspecifieke informatie nodig is, zoals syslog-configuratie, LDAP of bepaalde network-segmentation instellingen, moeten nog afzonderlijk worden geconfigureerd.

Voor organisaties die werken met bijvoorbeeld STIG, CIS of eigen security baselines is dit een belangrijke ontwikkeling.


Lees meer over Nutanix en STIG in mijn vorige blog :




Secure Access


Naast Security Profiles introduceert AOS 7.6 Secure Access.

Daarmee wordt het beheer van toegang tot bijvoorbeeld SSH en supportmogelijkheden verder gecentraliseerd.


Lees meer over het NuService menu in mijn andere blog :



Het doel hiervan is om de traditionele situatie waarin verschillende beheerinterfaces en toegangsmogelijkheden afzonderlijk moeten worden beveiligd, verder te vereenvoudigen.


Ook de beveiliging van Controller VM's wordt uitgebreid naar Nutanix Cloud Clusters (NC2). Hierdoor wordt de security-aanpak consistenter tussen on-premises en cloudgebaseerde Nutanix-omgevingen.


RHEL 9 voor de Nutanix CVM


AOS 7.6 brengt ook een belangrijke verandering onder de motorkap.

De Controller VM's worden gemigreerd naar Red Hat Enterprise Linux 9.

Ook Prism Central maakt gebruik van deze nieuwe basis.

Daarmee sluit Nutanix beter aan bij moderne security- en lifecycle-eisen rondom het operating system waarop de Nutanix managementcomponenten draaien.

Voor de beheerder is dit misschien minder zichtbaar dan een nieuwe GUI-functie, maar voor security- en compliance-teams is dit juist een relevante verandering.


Externe storage wordt een volwaardig onderdeel van Nutanix


Een van de grotere architectuurwijzigingen in AOS 7.6 is de verdere integratie van external storage.

Storage kan rechtstreeks vanuit Prism Central worden beheerd. Daarmee hoeft een beheerder niet meer voor alle storagehandelingen naar Prism Element te schakelen.

Nieuw is bovendien native ondersteuning voor Dell PowerStore als externe storage voor Nutanix compute clusters.

Dat maakt het mogelijk om Nutanix compute en externe storage flexibeler te combineren.

Voor organisaties die al investeren in enterprise storage arrays is dit interessant, omdat een volledige migratie naar HCI daardoor niet noodzakelijk is.


Zie een vorige blog van mij voor meer info over Everpure storage icm Nutanix:




Dell PowerStore en Disaster Recovery


De integratie met Dell PowerStore gaat verder dan alleen storage.

AOS 7.6 voegt ook Disaster Recovery-functionaliteit voor PowerStore toe.

Daarbij ondersteunt Nutanix onder andere:


  • synchronous replication;

  • asynchronous replication;

  • Cross-Cluster Live Migration;

  • Metro Availability.


Hierdoor kunnen Nutanix- en PowerStore-gebaseerde omgevingen onderdeel worden van dezelfde disaster-recoverystrategie.

Dit is vooral interessant voor organisaties die hun bestaande storage-investeringen willen blijven gebruiken terwijl ze tegelijkertijd AHV en Nutanix Cloud Infrastructure verder willen inzetten.


Disaster Recovery wordt flexibeler


AOS 7.6 en de bijbehorende Prism Central-release brengen daarnaast verschillende verbeteringen voor Disaster Recovery.

Een voorbeeld is de mogelijkheid om DNS-configuratie specifieker per subnet vast te leggen.

Ook wordt het mogelijk om bij bepaalde subnetten zonder IPAM flexibeler om te gaan met gateway-instellingen.

Hierdoor kunnen Recovery Plans beter aansluiten op bestaande netwerkarchitecturen, zonder dat daarvoor het netwerk volledig opnieuw ontworpen hoeft te worden.

Daarnaast wordt de overgang van oudere Protection Domains naar het modernere entity-centric Disaster Recovery verder ondersteund.


Automatische NearSync


Een andere interessante wijziging is de verdere automatisering van disaster recovery.

Protection Domains kunnen automatisch worden omgezet naar Autonomous NearSync.

Daarmee wordt een deel van het beheer rondom NearSync geautomatiseerd en hoeft de beheerder minder handmatige configuratiestappen uit te voeren.

Voor organisaties met veel beschermde workloads kan juist dit soort automatisering een behoorlijke beheerwinst opleveren.


VMware blijft onderdeel van het verhaal


Hoewel Nutanix sterk inzet op AHV, blijft de ondersteuning van VMware-omgevingen belangrijk.

AOS 7.6 ondersteunt VMware vCenter Server 9.0 met ESXi 8.0.

Daarmee blijft Nutanix geschikt voor organisaties die VMware voorlopig blijven gebruiken, maar tegelijkertijd hun infrastructuur willen moderniseren of geleidelijk richting AHV willen bewegen.

Dit past bovendien bij de bredere ontwikkeling waarbij Nutanix migraties van VMware naar AHV verder faciliteert.


API's veranderen: tijd om naar v4 te kijken


Een verandering die misschien minder zichtbaar is, maar voor automation engineers juist belangrijk kan zijn, is de aangekondigde overgang van oudere Nutanix API's.

De legacy API-versies v0.8, v1, v2 en v3 worden uitgefaseerd.

Nutanix stuurt ontwikkelaars richting de v4 API's.

Organisaties die PowerShell-scripts, Python, Terraform, monitoringtools of eigen automation gebruiken, doen er daarom goed aan om hun bestaande integraties te inventariseren.

Een upgrade naar AOS 7.6 is daarmee niet alleen een infrastructuurupgrade, maar kan ook aanleiding zijn om de automationlaag opnieuw te bekijken.


Prism Central wordt steeds belangrijker


Een duidelijke trend in AOS 7.6 is dat Prism Central steeds meer het centrale beheerpunt wordt.

Zo kunnen storage-instellingen voor meerdere clusters centraal worden beheerd met Cluster Profiles.

Ook zijn er nieuwe VM Profiles waarmee VM-configuraties gestandaardiseerd kunnen worden.

Daarnaast introduceert Prism Central een centraal Storage Dashboard waarmee storage health, capaciteit en performance over clusters heen bekeken kunnen worden.


De architectuur verschuift daarmee steeds meer van:


cluster per cluster beheren


naar:


de complete Nutanix-omgeving centraal beheren.


Dat is misschien wel een van de belangrijkste ontwikkelingen achter AOS 7.6.


Wat betekent AOS 7.6 voor de beheerder?


Als we alle wijzigingen bij elkaar nemen, valt vooral op dat Nutanix met AOS 7.6 niet simpelweg meer functies toevoegt.


De focus ligt duidelijk op het vereenvoudigen van enterprise infrastructuur management.

Voor de beheerder betekent dit onder andere:


Storage

Hogere capaciteit per node

Resiliency

Nieuwe 1N/2D-optie

Kleine clusters

Eenvoudiger van 2 naar 3 nodes

Security

Security Profiles en Secure Access

Control plane

RHEL 9

External storage

Centraal beheer vanuit Prism Central

Dell PowerStore

Native ondersteuning

Disaster Recovery

Meer mogelijkheden en automatisering

VMware

vCenter 9 / ESXi 8 ondersteuning

Automation

Transitie naar v4 API

Management

Meer centraal beheer via Prism Central


Conclusie


AOS 7.6 is vooral een release die Nutanix volwassener maakt als enterprise infrastructuurplatform.

De grootste veranderingen zitten niet in één spectaculaire nieuwe feature, maar in de combinatie van hogere schaalbaarheid, uitgebreidere security, meer storagekeuze, verbeterde disaster recovery en centraler beheer.


Vooral de introductie van Security Profiles, Secure Access, de uitbreiding van fault-tolerance mogelijkheden en de integratie met externe storage springen eruit.


Daarnaast wordt steeds duidelijker dat Prism Central het centrale beheer tool voor Nutanix wordt. Clusterbeheer, storage, security, VM-standaardisatie en disaster recovery worden steeds meer vanuit één centrale managementlaag aangestuurd.


Voor bestaande Nutanix-omgevingen is AOS 7.6 daarom vooral interessant wanneer er behoefte is aan meer schaalbaarheid, betere security of verdere centralisatie van beheer.


Voor organisaties die VMware willen blijven gebruiken, is de release daarnaast interessant omdat Nutanix tegelijkertijd ondersteuning voor moderne VMware-versies blijft bieden én de mogelijkheden voor AHV en migratie verder uitbreidt.


AOS 7.6 laat daarmee een duidelijke richting zien: minder losse beheerhandelingen, meer centrale policy-gebaseerd management en een infrastructuur die steeds verder richting een volledig geïntegreerd cloud-infrastructure platform beweegt.

 
 
 

Comments


MarcosTips

©2022 by MarcosTips. Proudly created with Wix.com

bottom of page