Nutanix VM Profiles

Nutanix VM Profiles – Configure once, deploy multiple times!
Iedereen die met Nutanix AHV werkt, heeft het waarschijnlijk wel eens meegemaakt. Je moet een aantal nieuwe VM's aanmaken en iedere keer loop je weer dezelfde instellingen langs.
Hoeveel CPU's? Hoeveel geheugen? Welke netwerkinterface? Welk subnet?
Op zich geen probleem als je af en toe een VM aanmaakt. Maar als je dit regelmatig doet, bijvoorbeeld in een grotere omgeving of als service provider, wordt het toch een behoorlijk repeterend klusje.
En dan wil je eigenlijk gewoon een standaardconfiguratie kunnen gebruiken.
Daar heeft Nutanix nu iets interessants voor: VM Profiles.
In deze blog kijk ik naar wat VM Profiles precies doen, hoe je ze kunt gebruiken en vooral waar ze interessant worden in een Nutanix-omgeving.
Wat zijn VM Profiles eigenlijk?
Het idee achter VM Profiles is niet zo ingewikkeld.
Je definieert een aantal eigenschappen van een virtuele machine en slaat deze op in een profiel. Vervolgens kun je dat profiel gebruiken om nieuwe VM's uit te rollen.
Denk bijvoorbeeld aan een standaardconfiguratie voor een kleine Windows Server:
4 CPU cores
8 GB geheugen
Een vooraf gedefinieerde netwerkinterface
Of een wat zwaardere configuratie voor een applicatieserver.
Het voordeel is dat je deze configuratie niet iedere keer opnieuw hoeft samen te stellen.
Je maakt het profiel één keer en kunt het daarna opnieuw gebruiken.
Eigenlijk een soort standaardrecept voor je VM's.
Wat kun je in een VM Profile vastleggen?
Een VM Profile bevat onder andere de volgende configuratiegegevens:
· CPU en Memory
· Het aantal CPU-cores en geheugen die aan de VM worden toegewezen.
· Network
Ook de netwerkinterfaces kunnen onderdeel zijn van het profiel. Hierbij leg je de gewenste NIC-configuratie vast.
Het daadwerkelijke subnet wordt tijdens het deployen van de VM geselecteerd.
Dat laatste is best handig wanneer je hetzelfde profiel voor verschillende omgevingen wilt gebruiken.
Je kunt dus dezelfde basisconfiguratie gebruiken voor bijvoorbeeld Development, Test en Production, terwijl je tijdens de deployment het juiste netwerk kiest.
Hoe werkt het in de praktijk?
Stel dat je een aantal standaard VM-configuraties wilt aanbieden aan je beheerders of gebruikers.
Je maakt bijvoorbeeld een profiel aan met de naam:
Marco’s Windows Server – Small
Met daarin:
4 CPU cores
8 GB Memory
1 Network Interface
Wanneer je vervolgens een nieuwe VM wilt uitrollen, selecteer je dit profiel.
Tijdens de deployment geef je onder andere de VM-naam, het cluster, het project en het gewenste subnet op.
Ook kun je aanvullende instellingen meegeven, zoals disks en eventuele guest customization.
Dit lijkt uiteraard op zaken zoals beheerders al lang gewend zijn
Nutanix gebruikt vervolgens het VM Profile als basis voor de nieuwe VM.
Je hoeft dus niet iedere keer opnieuw alle basisinstellingen in te vullen.
En wat is een blog tegenwoordig zonder leuk AI plaatje 😊

En wat als je meerdere klanten hebt?
Hier wordt het voor mij eigenlijk nog interessanter.
Vooral in een service-provideromgeving kan dit een mooie toevoeging zijn.
(lees voor het service provider deel van Nutanix vooral mijn vorige blog :)
Stel dat je meerdere klanten bedient en iedere klant gebruikmaakt van een eigen Nutanix Project.
Je wilt natuurlijk niet dat iedere klant zijn eigen VM-configuraties gaat bedenken. Je wilt een aantal standaardprofielen aanbieden waaruit gekozen kan worden.
Denk bijvoorbeeld aan:
Server Profiel | CPU | Cores |
Small | 2 | 4 GB |
Medium | 4 | 8 GB |
Large | 8 | 16 GB |
X-Large | 16 | 32 GB |
Je kunt een VM Profile aanmaken binnen een project en dit profiel vervolgens delen met andere projecten.
Hierdoor kun je als beheerder een aantal standaardconfiguraties beschikbaar stellen aan verschillende tenants.
De klant kan vervolgens zelf een VM uitrollen op basis van de beschikbare profielen.
Dat is natuurlijk een stuk interessanter dan iedere VM-aanvraag handmatig moeten verwerken. Nogmaals schuilt hier de kracht van SP Central
VM Profiles en API's
Voor de mensen die graag met API's werken is er nog iets interessants.
Nutanix heeft VM Profiles ook beschikbaar gemaakt via de VMM v4 API.
Hiermee kun je onder andere:
VM Profiles opvragen.
Nieuwe VM Profiles aanmaken.
Bestaande profielen aanpassen.
Profielen delen met andere Projects.
Een nieuwe VM deployen op basis van een VM Profile.
Dit opent natuurlijk mogelijkheden voor verdere automatisering.
Je kunt bijvoorbeeld een self-serviceportal bouwen waarin een gebruiker een VM aanvraagt.
De automatisering bepaalt vervolgens welk profiel gebruikt moet worden, selecteert het juiste project en subnet en start de deployment.
En dat allemaal zonder dat een beheerder iedere keer handmatig door Prism Central hoeft te klikken.
Ik zal hier in de toekomst een blog over maken
VM Profiles versus VM Templates
Maar nu de hamvraag ?
Is een VM Profile hetzelfde als een VM Template?
Nee, dat zijn twee verschillende zaken.
Een VM Template gebruik je vooral wanneer je een vooraf voorbereide VM wilt uitrollen. Denk bijvoorbeeld aan een Windows Server-installatie waarin het besturingssysteem en eventueel al bepaalde software aanwezig zijn.
Een VM Profile richt zich juist op de configuratie van de VM, zoals CPU, geheugen en netwerkinterfaces.
Je kunt ze dus beter zien als twee verschillende bouwstenen die elkaar aanvullen.
Waar moet je op letten?
Een VM Profile is geen complete VM-template en bevat dus ook niet automatisch een volledig geïnstalleerd besturingssysteem.
Ook worden zaken zoals disks en het uiteindelijke subnet tijdens de deployment opgegeven.
Het is daarom belangrijk om vooraf goed na te denken over welke configuraties je wilt standaardiseren en welke instellingen per deployment mogen verschillen.
En zoals altijd bij Nutanix: controleer ook even of de gebruikte Prism Central-versie en API-versie de functionaliteit ondersteunen.
Conclusie
VM Profiles is misschien niet de meest spectaculaire feature die Nutanix heeft geïntroduceerd, maar ik denk dat het vooral voor grotere omgevingen en service providers een nuttige toevoeging kan zijn.
Het maakt het eenvoudiger om VM-configuraties te standaardiseren en biedt mogelijkheden om het uitrollen van VM's verder te automatiseren.
Vooral de combinatie met Projects en de VMM API maakt het interessant.
Want uiteindelijk wil je als beheerder niet iedere keer dezelfde VM-configuratie opnieuw moeten invoeren.
Je wilt een aantal standaardprofielen definiëren en die vervolgens gebruiken wanneer je ze nodig hebt.
Configure once, deploy multiple times!
En dat scheelt uiteindelijk weer een hoop klikwerk in Prism (Central) 😊
Dit scherm wil je natuurlijk niet zo vaak zien :




Comments