NUS op native Azure
- Marco Tubben
- Aug 18
- 2 min read

De Nutanix Unified Storage (NUS) is alweer toe aan versie 5.2. Een van de grootste nieuwe features is de beschikbaarheid van Nutanix Files native in Azure. AWS was al beschikbaar in versie 5.1, maar nu dus ook in Azure.
Er wordt dan gebruik gemaakt van de platform specifieke eigenschappen zoals
Azure managed disks voor de hot tier en Azure Bob voor cold tier voor storage- en dus kosten efficientie en life cycle management.
Nutanix files draait dan in Azure, dus niet op de fysieke NC2 laag maar in native Azure VM's.
Architectuur

Management vanuit Prism Central en dus op dezelfde manier te deployen als on-premise of op NC2. Een (VPN) verbinding is nodig tussen On-premis en Azure voor het synchronisatie verkeer zoals DR verkeer (Smart DR/Sync ) dat al standaard als functionaliteit in Nutanix Files aanwezig is
Een Azure Virtual Network voor de plaatsing van de Files VM's en client toegang. Ook zitten de Azure managed disks in die omgeving en kan de cold tier op basis van goedkopere Blob storage voorzien worden.
Use cases

Hybrid Cloud Mobility : Snel deployen en verplaatsen van applicaties tussen de on-premise en public cloud omgeving.
Disaster Recovery : Optimaal gebruik van aanwezige mechanismes als Smart DR/ Smart Sync voor een snelle recovery in geval van een disaster.
Data Localization : Breng data dichter bij de users zoals edge locaties of data verwerkende applicaties zoals AI/LM.
Schaalbaar
Net als in een on-premise omgeving is schaalbaarheid ingebakken. Scale up en down van de files servers is mogelijk, net als een scale out door het provisionen van extra Azure resources om de gewenste performance en sizing te verkrijgen.
Azure disks zijn thick provisioned, maar om kosten te besparen ondersteund Files de kleinst mogelijke disken met ruimte om te groeien zodat het bestaande implementatiemodel van geleidelijk uitbreiden behouden blijft.
Ingebouwde kosten optimalisatie
Afhankelijk van de door de gebruiker gekozen optie (Gebalanceerd/Conservatief/Agressief) verdeelt het systeem de gegevens tussen blok- en objectopslag. Relevante datasets kunnen indien nodig automatisch worden verplaatst tussen de hot en cold tier met behulp van Azure Managed Disk en Blob Storage. Deze automatisering beheert de opslag op intelligente wijze op basis van parameters die betrekking hebben op datagebruikspatronen.
Comentários